|
Laat de kinderen na afloop van elk spelletje een vingerafdruk zetten
op het formulier.
1. Boevenkoppen Rollen
Gebruik hiervoor 10 lege Pringlebussen/Flessen en plak hier bv. boevenkoppen
op. Zet ze in een bepaald patroon neer en laat iedere speler proberen
met één gooi zoveel mogelijk flessen om te kegelen.
2. Het ruime sop
Tijdens een woeste storm staat het witte schuim op de golven. Dit
weer wordt door zeelui en piraten gevreesd omdat er bij dit weer wel
eens schepen vergaan. Ondertussen wachten de strandjutters binnen
af tot de storm gaat liggen om dan op het strand op zoek te gaan naar
spullen van waarde die aanspoelen. Voor die tijd drijven de spullen
in het ruime sop.
In een bak met sop zitten een aantal voorwerpen. De spelers staan
geblinddoekt een stukje verderop. Om de beurt mogen ze naar de bak
komen. Ze mogen een minuut of een halve minuut voelen wat er tussen
de golven in het ruime sop drijft. Ondertussen proberen ze te raden
wat ze voelen. De spelleider onthoudt voor iedere speler hoeveel voorwerpen
goed geraden zijn.
3. De buit verdelen
Piraten en zeerovers houden er zo hun eigen vreemde tradities op
na. Dit is hun manier om na afloop van een strooptocht de buit te
verdelen. Let maar een goed op tijdens het spelen van dit spel Buit
verdelen. Het schijnt dat dit vroeger ook gebeurde in Wamshaven en
nog steeds gebeurd door rovers in de Ruige Verten.
In het midden van de kring met speleers ligt een ontbijtkoek/appel
met mes. Met een dobbelsteen moet een zes gegooid worden. Als een
speler zes gooit, moet deze zich eerst aankleden met een onhandige
(dikke) jas, sjaal, muts, handschoenen en eventueel te grote schoenen
en dan mag hij plakken koek afsnijden en opeten. Tot er weer een zes
gegooid wordt. Ook al heeft hij net het mes in de ontbijtkoek, moet
hij gelijk stoppen. Het is belangrijk om de snelheid in het spel te
houden.
4. Lange vingers aan het werk
- 2 IJslollystokjes
- 2 Elastiekjes
- Stopwatch
- Bakje met kraaltjes
- Fles
Met de elastiekjes worden de stokjes om de duim en wijsvinger gebonden,
zodat je twee 'lange vingers' krijgt. Prompt gaat de dief aan het
werk. Met zijn lange vingers haalt hij de edelstenen (kraaltjes) uit
de uitstalkast (bakje). Dan laat hij ze in de fles vallen. Omdat de
politie hem op de hielen zit heeft hij maar 30 seconden de tijd.
5. Bom(Ballon) Aflossings procedure
Vraag de kinderen om in twee rijen te gaan staan. Plaats een ballon
tussen knieën van de eerste in de lijn. Wanneer de race start
moet de ballon doorgegeven worden aan de tweede persoon met behulp
van zijn of haar knieën en zonder handen. Het tweede kind moet
dan weer de ballon doorgeven aan de derde persoon. Zo moet elk kind
in de groep de ballon gehad hebben. Het team dat de ballon laat vallen
moet opnieuw beginnen. Wie de ballon het eerst achter de startlijn
krijgt heeft gewonnen!
6. Boevenmemory
Maak van boevenplaatjes een memory (zie in het pdf
document)
7. Chain-gang
De boeven staan achter elkaar en worden vervolgens met de voeten
aan elkaar gebonden. Laat ze nu een uitgezet parcours volgen.
8. De ontsnapping
Spelverloop:
De boeven moeten ergens een fles vullen met water en ze dan tussen
hun knieën stoppen. Zo, met de fles tussen hun knieën en
zonder ze aan te raken, moeten ze een parcours afleggen (hou het simpel).
Aan het eind van het parcours moeten ze de fles leeggieten zonder
hun handen te gebruiken!
De ploeg die het eerst een bepaalde hoeveelheid water heeft overgebracht
wint!
9. Vlammetjes schieten
Wie schiet het eerst de vlammetjes van kaarsen uit met een waterpistool?
Alternatief: Flessen, hierop een pingpongballetje leggen, zodat de
boeven deze er met een waterpistool af moeten schieten.
10. Bom gooien
De boeven moeten binnen een bepaalde tijd om beurten vanaf een bepaalde
afstand een bom (bal) in een emmer proberen te werpen. Met de twee
pionnen geef je de afstand aan.
11. Gevangenis
Laat de boeven in de gevangenis de woordzoeker maken. Indien dit te
moeilijk is kunnen ze kleurplaten kleuren.
(zie bijvoorbeeld www.kleurplaten.nl)
|
 |